© 2019 by Frankly Media Productions. Proudly created with Wix.com

Brord Brugman: “We moeten in Nederland meer samen doen”

 

Brord Brugman (28), de trainer van Caland Jeugd Basketball, was in het seizoen 2009-2010 assistent-individueel trainer bij DKV Joventut Badalona, de Spaanse (Catalaanse) profclub met een jeugdopleiding die tot één van de beste van Europa wordt gerekend. Hij werkte er met de jonge talenten van Badalona, maar ook met spelers van het eerste team. Zoals Christian Eyenga, die nu basketballt bij de Cleveland Cavaliers. Brord leerde er veel, maar kon op zijn beurt ook iets betekenen voor Joventut, met zijn zelf ontwikkelde en zeer gedetailleerde videoanalyses. Zo kreeg hij onlangs zelfs het verzoek vanuit Badalona om voor de San Antonio Spurs eens de vrije-worpentechniek van de Braziliaanse power forward Tiago Splitter te analyseren.

Alle reden om Brord eens uitgebreid aan de tand te voelen over alle ervaring en kennis die hij in Badalona opdeed. En hem de vraag te stellen of en hoe het Nederlands basketball net zo goed kan worden als het Spaanse. “We moeten in ieder geval niet te vaak zeggen: het kan niet.”


Hoe wordt iemand assistent-individueel trainer bij Badalona?
     “Ik trainde Max van Schaik bij Harlemlakers. Die heb ik drie jaar lang getraind toen hij in de U14 zat. Max had lengte en talent en was heel snel lerend. Ik heb toen aan Peter de Bos, een agent in Spanje, verteld dat Max misschien wel iets voor Joventut Badalona was, de club waar Henk Norel speelde. Joventut kwam toen in Groningen een oefenwedstrijd spelen en daar is Max naar toe gegaan. Ik ben met hem meegegaan en heb kennisgemaakt met de toenmalige coach Aito Garcia, één van de grote, legendarische coaches in Spanje. (Tussen 1985 en 2001 negen keer Spaans kampioen met Barcelona, in de periodes 1983-1985 en 2003-2008 trainer van Badalona, in 2008 winnaar van Olympisch zilver met de Spaanse mannenploeg, FV.) Die heeft toen met Max gewerkt en was wel heel erg onder de indruk. Op die manier is Max toen uitgekozen om naar Badalona te gaan. Die is daar intern gegaan en heeft er via het LOOT-traject van het Calandlyceum zijn studie verder afgerond. Op afstand dus. Zijn examen heeft hij wel hier in Nederland gedaan.”
     “Op een gegeven moment ging het niet zo goed met Max op schoolgebied. Toen ben ik als tussenpersoon tussen Max en school gaan zitten. Ik regelde het versturen van huiswerk en het controleren ervan. En ik ging ook af en toe naar hem toe om hem persoonlijk te begeleiden. Nou, dan kom je op die club, je laat je gezicht zien. En op die manier is eigenlijk het balletje gaan rollen.”
     “Toen ben ik daar nog een keer naartoe gegaan en heb gevraagd of ik er het volgende jaar stage kon lopen. Daar werd positief op gereageerd. Maar op een gegeven moment viel het contact een beetje weg. Toen ben ik er na de zomer gewoon naartoe gegaan en heb gezegd: ‘Ik kom stage lopen hier.’ Nou, dat was goed.”
     “Toen ben ik aan de slag gegaan met Pep Margall, dat is Josep Maria Margall. (Oud-speler en clublegende van Badalona, 187-voudig Spaans international, FV.) Iedere ochtend gaf hij training aan de jeugdige talenten van Badalona.”
Begin vorig seizoen was dat?
     “Ja. Ik ben daar toen naartoe gegaan, heb een huisje gezocht en ben naar de club gegaan. Beetje gepusht.”
Het is best opmerkelijk hoe jij een jeugdspeler als Max van Schaik bent blijven steunen en zelfs naar Spanje bent gereisd om hem te helpen. Dat heb je speciaal voor hem gedaan.
     “Ja, voor hem, maar ook omdat het Calandlyceum zo zijn nek uitstak om Max op afstand te blijven helpen. Ik had voor mezelf het gevoel dat dit moest gaan werken, ook met het oog op de mogelijkheid van het oprichten van een basketballschool op het Calandlyceum. Dat speelde toen al.”

 

Brord op de training van Caland Jeugd Basketball 

 

 

Waarom wilde je stage lopen bij Joventut Badalona?
     “Omdat Badalona wordt gezien als één van de betere jeugdopleidingscentra in Europa. En Badalona wordt so wie so gezien als de beste jeugdopleiding van Spanje.”
Door wie?
     “In ieder geval door alle grotere clubs in de ACB, de Spaanse eredivisie. Die zien Joventut – de naam zegt het al: ‘de jeugd’ – als dè grote jeugdopleider van Spanje. Dat blijkt wel uit de grote voorbeelden die daaruit zijn gekomen.”
Zoals?
     “Dan kun je denken aan het grootste guardtalent van Europa van dit moment, Ricky Rubio. Die speelde op 14-jarige leeftijd al in het eerste team van Badalona. Of Rudy Fernandez, die nu bij de Portland Trailblazers speelt. (Andere grote namen uit de jeugdopleiding van Badalona zijn Raul Lopez, nu Khimki Moskou, ex-Utah Jazz, en de oud-spelers/oud-internationals Jordi Villacampa, Josep Maria ‘Pep’ Margall en de broers Rafael en Tomás Jofresa, FV.) En als je nu kijkt, hebben ze alweer heel veel jeugdspelers klaarstaan. Ze laten heel veel jonge jeugd doorstromen naar het eerste team. En die verspreiden zich na een tijdje dan weer over de rest van de ACB-clubs.”
Heeft Badalona een betere jeugdopleiding dan clubs als Real Madrid of Barcelona?
     “Ja. Real Madrid en Barcelona beginnen namelijk niet al met opleiden op 4-jarige leeftijd. Badalona doet dat wel. En dan drillen ze die kinderen niet, maar gaan ze leuk met ze trainen. Basketball op een speelse manier leren. Op de manier zoals het bedoeld is. En dat loopt door tot en met hun 18e jaar. Badalona verzorgt het hele traject en daaruit stoten regelmatig spelers door naar het eerste team.”
Hoeveel jeugdleden heeft Badalona?
     “Dat weet ik niet precies, maar in iedere leeftijdscategorie, vanaf 4 jaar, hebben ze drie teams. En als ze dan van de U12 naar de U14 gaan, komen er twee prestatieteams bij. Of misschien is prestatieteam het verkeerde woord. Teams met de getalenteerdere spelers. Ze houden dan nog twee teams aan met spelers over wie ze twijfels hebben. En ze werken trouwens alleen met jongens. Niet met meisjes.”
Het Spaanse damesbasketball, dat ook heel goed is, wordt dus door andere clubs gevoed.
     “Ja. Badalona heeft er op een gegeven moment voor gekozen om alleen met jongens verder te gaan. Omdat ze geen team in de dames eredivisie hadden. Ze wisten dat er andere clubs waren die het damesbasketball veel beter konden organiseren.”
Drie teams per leeftijdscategorie; dat zie je ook vaak in Nederland. Wat is dan het grote verschil?
     “Nou, bijvoorbeeld dat ze al op vierjarige leeftijd beginnen en vanaf hun vijfde, zesde al wedstrijdjes gaan spelen. En de coaches van de hogere jeugdteams coachen dan ook de kleintjes. En ook de cultuur in de jeugdopleiding is anders. Voor al die kinderen, (lachend:) en vooral voor hun ouders, is het geweldig dat hun kinderen bij Joventut Badalona spelen. Er wordt met heel veel respect naar het eerste team gekeken. Dat is eigenlijk in heel Spanje zo. Er wordt heel erg opgekeken naar sporters. Als jij dat ook kan halen, dan is dat geweldig. En dus luister je naar de trainer, want dat is degene die ook bij de hogere jeugdteams zit en die het wel weet.”
Hoe komen al die kinderen bij de club terecht?
     “De jongsten weet ik niet, maar de wat oudere… De club ziet spelers bij clubs in de omgeving. En die vragen ze ook wel. Die clubs in de omgeving bieden ze ook aan, omdat Badalona iets kan bieden wat die andere club niet kan bieden. Barcelona bellen ze dan ook soms. Een voorbeeld daarvan is Terrence Bieshaar, een Nederlandse jongen die met zijn ouders in Spanje woont. Die speelde bij Sitges, een klein clubje. Zijn coach heeft toen tegen de scouts van Barcelona gezegd: ‘Hé, ik heb een speler voor jullie. Lang, groot, atletisch.’”
Hij wilde hem niet per sé houden om er kampioen mee te worden?
     “Nee. Dat was niet het belangrijkste.”
Het is dus kennelijk een eer als jij één van jouw spelers naar een grote club kan brengen.
     “Ja. Maar Badalona heeft ook zijn eigen scouting natuurlijk. De scouts gaan heel Spanje door en kijken op toernooien en dergelijke. En als ze een speler zien die talent heeft, dan benaderen ze die in overleg met zijn club. En als dat dan bijvoorbeeld een club op Mallorca is, dan kunnen ze zo’n speler ook huisvesting bieden.”
Maar nog even terug. Waarom is nou de jeugdopleiding van Badalona beter dan die van Barcelona of Real Madrid? Je vertelde al dat ze bij Badalona al op 4-jarige leeftijd beginnen.
     “Ja, maar het heeft ook met structuur te maken. Ze hebben een heel gestructureerd opleidingsplan dat zich concentreert op de spelers vanaf de U12-leeftijd. De talenten die al zijn geselecteerd zeg maar. Dat betekent bijvoorbeeld dat iedereen op hetzelfde moment dezelfde basketballaspecten behandelt. Afhankelijk van je leeftijdscategorie, wat je op dat moment moet leren en hoe je die dingen het makkelijkste leert. Met bepaalde oefeningen. Bij de U18 zie je bijvoorbeeld fastbreak, verdedigend evenwicht en de rebound ingaan. Een leeftijdscategorie lager werken ze dan heel erg met de outletpass. Het reboundgedeelte zeg maar. Je mag zelf je oefeningen maken als coach, maar de club wil wel dat bepaalde onderdelen worden aangereikt aan de spelers in een bepaalde periode. En er is een aparte fysieke trainer bij, die zijn eigen programma heeft en dat buiten met de spelers afwerkt. Ze rennen ook heel veel. En die fysieke trainer leert ze daar weer bepaalde dingen in aan. Het is vooral veel rennen, hoor. Niet veel krachtoefeningen. Ieder team vanaf U12 heeft een fysieke trainer.”
    “Wat bij mijn weten nog ontbreekt in Nederland, of misschien ook bij sommige andere clubs in Spanje, is een duidelijke structuur waarin je alles gefaseerd kunt aanleren. Zodat je bijvoorbeeld weet wat een andere coach in het voorgaande seizoen met de spelers heeft gedaan. Dan kan jij daar in het nieuwe seizoen weer op aansluiten. Dan leren de spelers veel sneller.”
     “En de meer getalenteerde spelers krijgen nog extra individuele basketballtraining. Vanaf de U16-leeftijd. Dat kost geld, dus doen ze het alleen met spelers waarvan zij denken dat die kans maken om door te stromen naar het eerste team.”
Maar los van die training krijgen de spelers alleen training in teamverband?
     “Ja, maar dat betekent niet dat er heel veel op systemen wordt getraind. Binnen dat teamverband zijn er heel veel individueel gerichte oefeningen.”
Wat is de doelstelling van de jeugdopleiding van Badalona?
     “De eerste doelstelling is opleiden voor het eerste team. De jeugdafdeling is gescheiden van het profgedeelte, en de overkoepelende organisatie die daarboven staat, zegt: jullie moeten opleiden voor het eerste team. Spelers ontwikkelen. Dat is de eerste doelstelling. En daarbij is het leuk als je kampioen wordt. Want in Spanje denkt men wel zo: als je kampioen wordt, dan geeft dat de club status. Het geeft je jeugdopleiding status. Maar: niet ten koste van alles.”
Maar hoe gaat dat in de praktijk? Wordt er gecoacht om te winnen?
     “Nee, er wordt gecoacht op wat getraind is. Wordt er verdedigend evenwicht getraind, dan gaat het daar om. Wordt er fastbreak-outlet getraind, dan gaat het daar om. Dat willen ze dan graag terugzien.”
     “Hoe ze daar werken: ze werken niet met een landelijke competitie. En ze werken niet alleen met een U14, maar ze hebben ook een U13. Dus in elk team spelen kinderen die even oud zijn. Je hebt een groep die steeds bij elkaar blijft en samen doorstroomt naar de volgende leeftijdscategorie. Waar ze dan wel weer een nieuwe trainer krijgen, die ze weer wat anders aanleert.”

 

 

Maar hebben ze dan per leeftijdsjaar ook drie teams? Drie keer U14 en drie keer U13 bijvoorbeeld?
     “Ja. Als ik het goed zeg, is het: U5 drie teams, U6 drie teams, U7 drie teams en U8 drie teams. Daarna komt U10. Daar hebben ze zeven teams in. Waaronder een U10-A, de beste spelers van tien jaar, en een U10-B, de beste spelers van negen jaar. Om het even ingewikkeld te maken. En boven de U10 hebben ze ook weer een A- en een B-team. Dus U11 is het U12 B-team, U12 het U12 A-team, U13 het U14 B-team, etcetera. Plus nog de teams die geen A of B zijn. Die worden gewoon ingedeeld in U12, U14, U16, U18. En de kinderen die afvallen, helpen ze om een andere club te vinden. Dat is niet zo moeilijk, want er zijn genoeg clubs waar je terecht kunt.”
Men coacht dus op datgene dat wordt getraind. Maar coacht men ook om te winnen?
     “Nou, de club vindt het wel fijn als er wordt gewonnen. Het voordeel daarbij is dat de competitie zich in de regio afspeelt en niet landelijk is.”
Vanwege de afstand?
     “Vanwege de afstand, maar ook gewoon omdat het zo is. Ze spelen alleen in hun eigen regio en daarin spelen ze ook tegen teams die minder zijn. Het voordeel daarvan is dat je ook dingen kunt oefenen. Kijk, als je tegen Barcelona speelt, dan is het een battle. Dan speel je tegen een gelijkwaardig team. Maar spelen ze tegen een ander team uit Badalona, dat ze met veertig punten verschil kunnen kloppen, dan leggen ze de aandacht bij de dingen die getraind worden.”
Dan winnen ze met 40 punten verschil in plaats van met 60 of 80 punten?
     “Ja. Nou ja, laten we zeggen met 10 of met 20 punten in plaats van 40 punten.”
Op zich is dat wel opmerkelijk als je kijkt naar de kracht van het Spaanse basketball en al het eremetaal dat er altijd is binnengesleept.
     “Ja. Ze gaan langzaam naar het niveau van Amerika toe. Dat is nog wel het topland, maar…”
Wat ik bedoel is: als Badalona de beste jeugdopleiding in Spanje heeft, dan zou je denken dat je vooral beter kunt worden door zo veel mogelijk tegenstand te hebben. Spelen tegen een zwakker team lijkt daarmee dan in tegenspraak te zijn.
     “Ja, maar het is niet zo dat je altijd in alles tegenstand nodig hebt om beter te worden.”
Maar als je een wedstrijd zo makkelijk wint, dan leer je daar toch niks van?
     “Wel als je bepaalde aandachtspunten van de training in je wedstrijd legt en dat ook duidelijk maakt. Dan wordt iemand daar nog steeds beter van. En het niveau van die tegenstanders is nog best behoorlijk hoor. Het is niet zo dat het allemaal kneuzen zijn. Maar Joventut heeft wel meer de talenten, de spelers die net iets beter zijn. Waardoor je dus soms makkelijker wint, maar door die aandachtspunten mee te geven, krijg je toch een leermoment in de wedstrijd.”
    “En vergeet ook niet dat sommige talenten zich wat langzamer ontwikkelen. Die moeten tegen een wat mindere tegenstander kunnen spelen om te kunnen oefenen op de dingen die ze hebben getraind. Wat vaak het probleem is als je alleen maar tegen sterke tegenstanders speelt, althans dat is mijn ervaring, is dat je heel erg bezig bent met alleen maar die wedstrijd winnen. En spelers gaan dan ook zo denken. Die letten dan niet meer zo op hoe ze bijvoorbeeld die outletpass geven, als er maar op dat moment een goeie fastbreak uit komt. Maar daar heb je niets aan. Er moet voor de lange duur een goeie fastbreak uit komen.”
     “Ander voorbeeld. Stel: je hebt een talent, maar dat is nog niet zo goed ontwikkeld. En hij gaat in een wedstrijd voor zijn 1 tegen 1 vanaf de driepuntslijn. Tegen een hele goeie ploeg zal hij dat minder doen en misschien meer een rolspeler zijn. En minder minuten maken, zeker als hij de bal ook nog uit zijn handen laat vallen. Tegen een mindere ploeg is er ruimte voor hem om ook te spelen en zijn invididuele actie te maken. Waardoor hij ook gaat leren in wedstrijdsituaties.”
Wordt er ook méér getraind door de jeugd dan bijvoorbeeld in Nederland?
     “Nou, ik weet niet of er veel meer wordt getraind. Maar ze beginnen wel veel eerder met trainen, op 4-jarige leeftijd dus al. En er wordt veel specifieker getraind. Efficiënter. Dat betekent bijvoorbeeld: een warming-up doen ze niet op het veld. Laten we als voorbeeld het U16-team nemen. Dat heeft vier keer per week anderhalf uur training op het veld. That’s it. En er zal er best af en toe eentje met de U18 meedoen, of met het U16 B-team. Maar de warming-up, die doen ze buiten, of op een plek ergens anders dan het veld. De fitnesszaal of zo. Hun training op voetenwerk en slides, en al dat soort dingen, doen ze allemaal met de fysieke trainer. Dus de basketballtraining is ook echt alleen maar basketball. Stretching is dan al gebeurd. Warming-up is gebeurd. Je hebt daardoor anderhalf uur echt effectief basketball. En die buitentraining is ook al gauw een uur, dus al met al kom je dan op vier keer tweeëneenhalf uur, is: tien uur per week. Dat is niet eens zo gigantisch, maar de kwaliteit van de uren ligt enorm hoog.”
En ik mag aannemen dat ze goede trainers en coaches hebben.
     “Ja. Ze worden door de technisch directeur gestuurd in wat ze moeten doen, maar mogen daarin wel hun eigen pakketje en hun eigen identiteit houden. Wat je daardoor ook ziet, is dat als de ene coach training geeft, er altijd wel twee of drie andere coaches aan de kant zitten te kijken. Ze bespreken dan later samen de oefenstof. Bijvoorbeeld of bepaalde dingen niet beter anders kunnen worden gedaan. Want de trainers mogen de oefenstof zelf bepalen.”
Worden die trainers en coaches ook betaald?
     “Ja. Ze willen natuurlijk wel allemaal graag bij Badalona training geven, maar krijgen ook een vergoeding. Ik weet niet precies hoeveel, maar je moet zeker niet denken aan duizend euro per maand. Meer aan bedragen tussen 250 en 500 euro. Voor de eerste teams dan. En de andere teams… geen idee.”
Maar al met al zal er wel flink geld omgaan in de jeugdopleiding.
     “Ja, maar op een gegeven moment wordt dat rendabel. En wat ze ook doen, is dat ze de talententeams deels betalen vanuit de lagere teams. U5 en al die andere jonge kinderen. Die betalen ook een deel mee aan de talenten.”
Wat betalen de kinderen aan contributie?
     “Ik heb een bedrag gehoord van 40 euro per maand of zoiets.”
Vierhonderd euro per jaar dus. Is dat voor alle jeugdleden hetzelfde bedrag?
     “Dat weet ik niet.”
Maar ik mag aannemen dat Badalona zelf ook flink wat geld in de jeugdopleiding stopt. Anders krijg je niet de beste jeugdopleiding van Spanje.
     “Nee, natuurlijk. Dat gebeurt ook. Een speler uit een ander gebied van Spanje halen en in jouw jeugdopleiding stoppen, kost heel veel geld. Eten, onderdak, school. En dan ook nog eens de basketballtraining. Dat red je niet met de contributie van de vierjarigen. Vanuit het eerste team wordt er ook geld gestoken in de jeugdopleiding.”
Die basketbalcultuur in Spanje heeft natuurlijk ook veel te maken met de historie. Basketball is daar van oudsher een grote sport.
     “Zeker als je gaat kijken in Badalona, waar ik voornamelijk mijn tijd heb doorgebracht. Daar hadden ze vroeger vier of vijf ACB-teams. En dat in een stadje van 250.000 inwoners. Nu is dat veranderd, want je hebt veel meer geld nodig om in Spanje eredivisie te kunnen spelen. Maar die hele historie leeft daar nog in Badalona. Om een voorbeeld te geven: als je wat met Margall gaat eten, dan is de kans groot dat je niet hoeft te betalen.”
Dus Badalona is altijd een echte basketballstad geweest.
     “Kijk, ik ben niet over de hele wereld geweest, maar ik kan me weinig plekken voorstellen die meer basketballers hebben dan Badalona. Inclusief de basketballers op straat. Ik kan me weinig plekken voorstellen waar het meer leeft.”
Maar hoe zie je dat terug in het dagelijks leven?
     “Basketballshirtjes vind je overal. Begin september loopt de hele stad vol met basketballers. Overal hoor je het piepen van basketballschoenen die over de vloer gaan. Op elke hoek is een basketballveldje, of is ergens een hal verstopt. Dat je denkt: hoe komt deze hal hier? Je ziet ergens een hal onder de grond en dat blijkt dan het oude stadion van Badalona te zijn. Overal zit iets. Niets wordt gesloopt, omdat alles nog steeds wordt gebruikt. Het is heel fijn om door de stad te lopen en dat allemaal om je heen te zien.”

 

Eén van de vele prachtige oude basketballhallen in Badalona 

 


Er zijn meer basketballplekken dan bushaltes in Badalona?
     “Bijna wel ja. In ieder geval meer dan metrohaltes. Maar dat is niet zo gek, want daar zijn er maar een paar van.”
     “Het is gewoon echt gigantisch. Elke school heeft wel een soort naschoolse opvang, waar een basketballclubje zit dat met jonge kids gaat basketballen. De laatste periode woonde ik bij het strand, en dan keek ik op het binnenplaatsje van een school. En dan zag ik daar een basketballtraining. Jonge kinderen die aan het basketballen waren. En dat gebeurt op nog veel meer plekken.”
Over school gesproken: hoe is dat geregeld in de jeugdopleiding van Badalona? Want de kinderen moeten ook naar school natuurlijk.
     “Joventut Badalona heeft niet echt een samenwerking met een school, zoals Caland Jeugd Basketball. Als ze dat dan horen, vinden ze het een heel mooi initiatief. Maar ze hebben wel een school, waar de kinderen die van verder weg komen, gratis naar school kunnen.”
Maar dat geldt niet voor de kinderen die in Badalona wonen. Die hebben geen speciale faciliteiten? Zoals sommige kinderen hier in Nederland die hebben op LOOT-scholen?
     “Nee, dat bestaat daar niet. Tenminste, niet in die regio.”
Maar hoe houden die kinderen dat dan vol? Ik mag aannemen dat Spaanse ouders, en ook de ouders in Badalona, zeggen: je studie gaat voor je sport.
     “Ja. Maar wat je daar bij de club wel ziet, is een soort studeerzaal. Die zit in het stadion. Daar kunnen ze voor of na een training studeren of hun huiswerk maken. Dus op die manier doen ze wel wat.”
Maar de club geeft daar geen begeleiding bij?
     “Nee, er is geen directe begeleiding.”
Dus als je goed wilt worden als basketballer in Spanje, dan zul je gewoon moeten zorgen dat je studieresultaten goed zijn. En ik mag aannemen dat heel veel kinderen wel de drive hebben om dat voor elkaar te krijgen. Hun huiswerk lijdt er niet onder?
     “Ik moet wel zeggen dat de kinderen die van ver komen, ‘extranjeros’ noemen ze die, wel enigszins in de gaten worden gehouden. En verder heb ik de indruk dat het schoolniveau in Nederland toch wel wat hoger ligt. Het schoolsysteem in Spanje is anders. Hoe dat in elkaar zit, weet ik niet precies.”
We gaan even terug naar het moment dat je assistent individueel trainer werd bij Badalona. Was je dat van het begin af aan?
     “Nou, ik ben van het begin af aan gaan meelopen met Margall. Die heeft me zijn basketballvisie uitgelegd. In het begin sta je dan een beetje ballen af te vangen en een beetje te kijken. Toen ben ik al heel snel met mijn camera op de proppen gekomen om wat analyses te maken. Dat werd heel goed ontvangen.”
Maakten ze zelf geen gebruik van video?
     “Niet op de manier zoals ik het deed. Met allerlei berekeningen en grafieken erbij. En mijn Spaans was nog niet zo goed, dus op die manier kon ik ook een beetje leren communiceren.”
Heb je alleen video gedaan?
     “Nee, ik stond ook op het veld. Daar ben ik op een gegeven moment gaan assisteren.”
Bij welk team?
     “Niet bij een team, maar bij de spelers die ze als talent hadden gehaald. De spelers die extra individuele training kregen.”
Maar ze speelden wel bij een team neem ik aan.
     “Ja, bij de U18 of in het tweede team. Want het tweede team van Badalona speelt in de derde divisie. Maar er waren ook spelers bij van het eerste team. Christian Eyenga bijvoorbeeld. (Die nu speelt bij de Cleveland Cavaliers, FV.) Daar heb ik een paar keer mee gewerkt. Samen met Margall.”
Namens de spelers alles van je aan?
     “In het begin praatte ik niet veel. Ik wilde leren en ik wilde kijken. En op het moment dat jij iets in het Spaans bedacht hebt, heeft Margall het al gezegd. Dus ik communiceerde vooral met Margall. Het laatste half jaar ben ik ook dingen tegen spelers gaan zeggen. Als ik bijvoorbeeld met één speler aan het werk was en Margall met een ander. Maar het was vooral heel veel leren. Ik dacht dat ik altijd een techniekmannetje was, dat ik hier in Nederland technisch gezien een beetje gek was, maar daar zijn ze dat nog veel meer. Zoals Margall. Een voorbeeld: je kunt schieten met je elleboog recht. Maar er komen nog zoveel andere dingen bij kijken. Bijvoorbeeld een schouder die een beetje naar voren hangt. Of je hoofd dat een beetje scheef staat. Of de manier waarop je naar de bal kijkt. De coördinatie van het omhoog gaan; de beweging van je benen, die zich strekken, naar je armen toe. Of je lichaamshouding; een beetje je buik intrekken. Dat soort dingen allemaal. In Nederland vond ik het altijd wel fijn als iemand zijn arm recht hield, maar nu ga je toch hogere eisen stellen. En je ziet dan ook daadwerkelijk verbetering bij spelers. Die gaan het ook zelf herkennen. Via die videoanalyses.”
     “Het is heel specifiek kijken naar iemand. Als iemand schiet, met welke vinger raakt hij dan de bal het laatst? Als hij omhoog gaat, wat gebeurt er dan met zijn arm? Blijft die recht, of trekt zijn elleboog naar buiten? Als Christian Eyenga bijvoorbeeld zijn vrije worp schoot, dan kon ik met mijn videoanalyse meten hoeveel hij versnelde met zijn schot. Ik kon toen zien dat ergens in de beweging van het strekken van zijn benen naar zijn armen toe een hapering zat. En die bleek dan weer in zijn voeten te zitten. Bij het strekken van zijn kuiten. Daar zette de versnelling zich niet door, maar kwam er een dipje. Dat bespreek je dan met Margall en die gaat er mee aan de slag.”
Je kunt ook zeggen: het maakt me niet uit hoe je de bal er inschiet, als je hem er maar inschiet.
     “Ja, maar je hebt wel met de wetten van het lichaam te maken. Als ik 300 spieren gebruik, kan er 300 keer wat misgaan. Als ik twee spieren gebruik, kan er maar twee keer wat misgaan. Dan hoef ik maar twee spieren goed te sturen. Als mijn hoofd scheef staat, trekt dat een beetje aan mijn schouder en dat draagt dan weer niet bij aan je schot. Iemand kan dan wel een bal honderd keer raak schieten, maar je moet het zo energiezuinig mogelijk doen.”
Dus als ik je goed begrijp, zal iemand die alleen de juiste spieren gebruikt meer energie overhouden. Voor het eind van een wedstrijd bijvoorbeeld.
     “Klopt. Of als jij bij het hardlopen met platte voeten loopt, of je voeten staan zo scheef als die van een kikker, dan gaat het niet zo snel en is het heel zwaar. Als jij je voeten beter gaat afwikkelen en beter op je techniek gaat lopen, dan wordt het veel minder zwaar. Zo werkt het ook met schottechniek. Als jij aan het eind van een wedstrijd een belangrijk schot moet nemen en je techniek is goed, dan kun je daar altijd op terugvallen. Bij het nemen van een vrije worp kun je altijd op je techniek terugvallen.”
Hoe kijk je in het algemeen terug op jouw periode als assistent individueel trainer bij Badalona?
     “Ik heb heel veel geleerd van techniek en ik heb vooral leren kijken. Ik heb geleerd dat je nog verder kunt kijken. Waar ik vroeger stopte met kijken, kijk ik nu nog twee keer en dan zie je weer andere dingen die fout gaan. Maar voor de rest heb ik ook heel veel vrienden gemaakt. Heel veel mensen ontmoet. Heel veel gezien. Ook heel veel dingen die ik niet direct kan benoemen, maar die ik wel heb geleerd en die ik ook wil terugzien op het basketballveld.”
Wat voor dingen dan?
     “Nou, snelheid bijvoorbeeld. Als je ziet hoe snel de jeugd daar speelt... Op sommige momenten misschien ongecontroleerd, maar doordat ze het heel vaak ongecontroleerd doen, gaan ze het op een gegeven moment wel controleren. Snelheid maken bijvoorbeeld. Snel en hard naar de basket driven. Als ik kijk hoe wij in Nederland schieten, dan schieten wij misschien op sommige momenten in de jeugd veel beter dan in Badalona. Technisch gezien. Maar als je kijkt naar snelheid en driven, de verdedigende intensiteit, dan ligt die intensiteit daar veel hoger.”
Waar komt dat vandaan dan?
     “Enerzijds wordt het aangeleerd. Bijvoorbeeld: je moet verdedigend boven op je man zitten. Dat maakt deel uit van de filosofie. En Badalona is van origine altijd een club geweest waar veel werd gerend. In ieder geval de laatste jaren onder Aito. En dan krijg je een mooie speler als Rubio. Aantrekkelijk basketball.”
     “Passend vermogen en inzicht is ook heel belangrijk. Bij jongetjes van acht jaar zie je ze al met één hand passen met de linkerhand en met één hand passen met de rechterhand. En dat zijn strakke passes door de lucht... Ja, er vliegt wel af en toe een bal de zaal uit. Maar er komen er ook heel veel goed aan, waardoor de snelheid er in blijft en spelers ook weer snel naar de basket kunnen gaan. Dat wordt heel erg gestimuleerd. Ik heb het opleidingsplan gekregen van Badalona, in het Catalaans weliswaar, en daar staat ook in dat het niet erg is om fouten te maken. In passes die je geeft, in acties die je maakt naar de basket. De creativiteit wordt niet geremd.”
     “Los van alles heb ik natuurlijk ook heel veel basketball gezien. ACB-wedstrijden, grote U18-toernooien, je kunt je daar de hele dag vermaken. Je stapt in de auto van Margall en scheurt overal naartoe. Je kunt altijd basketball zien. Hoogstaand, leuk basketball.”
Wat is het leukste of grappigste moment dat je daar hebt meegemaakt? Heb je een anekdote?
     “Nou, dat is eigenlijk meer een uitspraak, van Margall. We waren bij een U16-toernooi en toen zei hij: ‘Hoy pan, mañana hambre.’ Dat betekent: ‘Vandaag heb je brood, morgen honger.’ Daarmee bedoelde hij: het gaat niet om wie op dit moment de beste speler is, maar om wie morgen de beste speler is. Hij vindt dat niet altijd de besten moeten spelen, maar dat de mensen die potentie hebben, ook moeten spelen. Die uitspraak is mij bijgebleven omdat ik ook zo denk.”
Wordt de speeltijd daar evenredig verdeeld?
     “Er zijn natuurlijk altijd bepaalde spelers die wat meer spelen, maar over het algemeen wordt het wel redelijk verdeeld. Bij kampioenswedstrijden wordt het iets minder. Iedereen speelt dan wel, maar de één wat minder dan de ander.”
Had je daar niet willen blijven? Je zit daar toch een beetje in het Europese Mekka van het basketball.
     “Nou, nee. Ik wilde Caland Jeugd Basketball helpen opzetten en moest allereerst mijn studie afmaken. Voor wat betreft dat eerste: ik ben van mening dat we in Nederland heel veel talent hebben. Meer dan we zelf denken.”
Waar zit dat talent dan?
     “Talent is overal. Wij zijn een stevig volk, een goed volk voor basketball. We zijn over het algemeen goed gevoed en hebben lengte. Alleen missen we soms de explosiviteit. En we missen de kennis. De kennis om het eindplaatje te zien, waar je naar toe wilt. We zien dat af en toe wel, maar we hebben het niet continu voor ogen. Niets ten nadele van het Nederlandse basketball, maar over het algemeen is het nogal langzaam. Kwalitatief is het veel minder dan in Spanje. Als je veel Spaans basketball ziet, dan ga je daar ook meer naar toegroeien. Als je daar aanwezig bent en je ziet jeugdwedstrijden, dan ga je ook je norm hoger stellen.”
We kunnen onze normen wel hoger stellen, maar... hoe bereiken we nou het niveau dat Spanje heeft?
     “We moeten in ieder geval niet te vaak zeggen: het kan niet. Wij hebben niet die basketballcultuur die daar wel is, maar als je dat heel vaak blijft zeggen dan komt die er ook nooit. We hebben een hele grote voetbalcultuur, maar waarom zouden we niet datzelfde met basketball kunnen bereiken? Daar zie ik geen probleem in. Maar belangrijker is de kennis die we niet hebben. Die moeten we opslurpen.”
     “We kijken nog heel erg naar het Amerikaanse basketball, dat gebaseerd is op atletisch vermogen. Op individuen die ontzettend atletisch zijn, hoog kunnen springen, snel zijn. Als je naar het Spaanse basketball gaat kijken dan zie je daar ook wel atleten, maar die zijn vaak veel meer in technische zin atleten. Het is veel technischer, veel meer gebaseerd op passes en teamspel.”
Amerikaans basketball is veel individueler gericht?
     “Ja, en dat is op zich niet erg. Maar in Europa wordt ook goed basketballd. Je moet niet alleen naar Amerika kijken. Kijk, de NBA, de toplaag, is het beste dat er is. Maar daarna komt al heel snel Europa. Als je gaat kijken hoeveel Europeanen er in de NBA spelen (48 bij de start van het seizoen 2010-2011, op een totaal van 84 niet-Amerikanen, FV), dan realiseer je je dat dat niet voor niets is. Vroeger was dat veel minder. De Europeanen die er nu naartoe gaan, zijn vaak hele technische spelers. Spelers die slimheid meebrengen.”
Toch nog één keer de vraag: gaan wij in Nederland nou ook dat hogere niveau bereiken? Er is zo ontzettend veel te doen…
     “Nou, kijk. Je kunt Nederlands kampioen worden bij de jeugd, maar wat stelt het eigenlijk voor? Wij willen heel graag een seizoen opbouwen naar een kampioenschap toe, maar ik denk dat het belangrijk is dat je daar een beetje van af stapt. De landelijke competities zijn in het leven geroepen om de strijd wat steviger te maken, maar ik ben van mening dat het niet zo hoeft. Het kost veel geld en coaches zullen er toch eerder naar neigen om van het begin af aan te willen winnen. Daardoor kun je de onderdelen van de opleiding van de spelers minder goed opbouwen. Je wilt snel winnen, want je moet de play-offs halen. Je bent bezig met een proces van één jaar, terwijl het eigenlijk een proces van méér dan één jaar zou moeten zijn. Daarom is het ook moeilijk om als club een structuur neer te zetten.”
     “Het maakt niet uit wat voor structuur je neerzet, maar je moet als club in ieder geval een structuur neerzetten. Een structuur die je ergens naartoe brengt. Naar een soort eindpunt. En niet naar het eind van het jaar. Als je het echt goed doet, word je toch wel kampioen. Je gaat in ieder geval meedoen in de strijd tussen de beste teams. Als je een goed opleidingsplan hebt en je laat de spelers al jong beginnen, dan ga je vanzelf presteren. Dat is een automatisch gevolg van goed opleiden.”
     “We moeten in Nederland ook meer samen doen. Je moet zorgen dat die andere clubs ook beter worden. Je moet zorgen dat zij ook gemotiveerd raken, bijvoorbeeld om hun trainers beter te scholen. Dan wordt het Nederlands basketball beter.”

 

 

 

Please reload

Archief

1.12.2016

Please reload